A license to sue

Noot bij HvJEU 4 februari 2016, (C-163/15) (Hassan v Breiding) en HvJEU, 22 juni 2016, (C-419/15)(Thomas Philipps v Grune Welle) AA 2016, p. 758-765.

De vraag wat de vermogensrechtelijke status van een licentie is, speelde ook – zij het verhuld – in de hier te bespreken arresten van het Hof van Justitie van de Europese Unie (“HvJEU”) naar aanleiding van prejudiciële vragen van het Oberlandesgericht Düsseldorf in twee separate procedures over licenties onder zogeheten Gemeenschapsmodellen en Gemeenschapsmerken.

Noot Computerrecht bij ABN AMRO v Berzona

Computerrecht 2015/121, p. 177-179, noot bij Hoge Raad, 11 juli 2014, ABN AMRO v Berzona:

De kernoverweging van het arrest is te vinden in r.o. 3.6.4. Daar overweegt de Hoge Raad klip en klaar dat het faillissement niet tot gevolg heeft dat de curator “(‘actief’) een bevoegdheid of vordering toekomt die de wet of de overeenkomst niet toekent, zoals tot ontruiming of opeising van het gehuurde als de huurovereenkomst nog loopt.” Deze overweging volgt op de stelling (onder 3.6.3) dat de mogelijkheid van de curator om de uit een overeenkomst voortvloeiende verbintenissen (‘passief’) niet na te komen, slechts geldt voor “verbintenissen die uit of ten laste van de boedel moeten worden voldaan, zoals een betaling, de afgifte van een zaak of de vestiging van een recht.

De licentienemer en de failliete IE-licentiegever

TvI 2015, p. 62-66: Th.C.J.A. van Engelen en J.P. Hustinx: Innovatie en intellectuele eigendomsrechten ("IE") zijn wel aangeduid als de motor van de moderne economie.  IE-licenties vormen het onmisbare smeermiddel van die motor. Gegeven het grote economische en praktische belang van IE-licenties, is opmerkelijk dat het antwoord op de vraag wat de positie van een licentienemer bij een faillissement van zijn licentiegever is, tot nu toe gevonden moet worden in exegese van twee arresten van de Hoge Raad die daar helemaal niet over gaan.