Het portretrecht als vermogensrecht: een schaep zonder pooten !
25-11-2009

Het portretrecht als vermogensrecht: een schaep zonder pooten !
Dick van Engelen
Inleiding
Is het portretrecht, zoals we dat sinds het Schaep met de Vijf Pooten-arrest[1] kennen, een vermogensrecht? Belangrijker dan het antwoord op die vraag is het antwoord op de daaropvolgende vraag wat dat dan in de praktijk betekent. Wat zijn de gevolgen voor de portretrechthebbende of derden, zoals crediteuren van die portretrechthebbende, van de kwalificatie van het portretrecht als vermogensrecht?
Het belangrijkste gevolg is dat een portretrecht dan een “goed” is in de zin van artikel 1 van Boek 3 BW en daarmee – in beginsel –het volledige vermogensrechtelijke ‘wapenarsenaal’ van Boek 3 BW ter beschikking van de portretrechthebbende staat. Dat betekent dan dat overgang van dat recht dan mogelijk is. Dat kan dan onder algemene titel, zoals bij boedelmenging (art. 1:93 BW) en onder bijzondere titel, zoals bij overdracht (artikel 3:83 BW). Een vermogensrecht (i) kan voorwerp van beperkte rechten (zoals een pandrecht) zijn (artikel 3:81 BW), (ii) tot een faillissementsboedel behoren (artikel 20 F), en (iii) daarop kan beslag gelegd worden (art 474 bb en 711(3) Rv).[2]
terug Tell-a-Friend











