X
Bericht verzonden!
Message sent!

Voorwoord


VOORWOORD

50 jaar na dato is de obervatie van Bodenhausen in zijn inaugurele rede van 1946 nog steeds actueel. Zijn Utrechte oratie was gewijd aan het Neder-landsch Internationaal Privaatrecht op het gebied van de Industrieelen Ei-gendom en daarin constateerde hij dat dit onderwerp in de juridische litera-tuur stiefmoederlijk bedeeld was ondanks dat ‘in zaken van industrieelen eigendom het - laat ik het noemen - “niet zuiver nationale geval” geenszins zeldzaam is.’ Dat was echter ruim voor de opkomst van het Informatietijd-perk, een global economy en cyberspace.
In 1993 voelde de De Boer (Informatierecht/AMI 1993, p. 3) zich nog als ‘een kat in een vreemd pakhuis’ toen hij de Vereniging voor Auteursrecht kwam ‘bijpraten’. De aanleiding voor die exercitie was de uitspraak van het Franse Cour de Cassation over het ‘inkleuren’ van een oorspronkelijk in zwart-wit opgenomen film van de Amerikaanse regisseur John Huston. De Boer constateerde bij die gelegenheid dat de Berner Conventie, die op dat moment al meer dan 100 jaar ‘achter de rug’ had, weinig richting aan inter-nationaal privaatrechtelijke ontwikkelingen voor het auteursrecht had weten te geven.
In de afgelopen decennia hebben het Informatietijdperk en de opkomst van het internet de landsgrenzen in een duizelingwekkend tempo laten vervagen. Letterlijk met één druk op de knop kan een omvangrijk product als een film of een gecompliceerd computerprogramma over de hele wereld verspreid worden. Daarbij rijst naast de vraag wie de rechthebbende is, vooral ook de vraag naar welk recht die vraag beantwoord dient te worden. Als die knoop ontward is rijzen vervolgens vragen als welk recht is van toepassing op de overdraagbaarheid van die rechten en op de formele eisen waaraan een overdracht dient te voldoen. Het zijn onderwerpen die, in de woorden van Quaedvlieg, ‘schreeuwen om regeling door een internationale overeen-komst’, (Informatierecht/AMI 1997, p. 155). Die schreeuw zal echter nog lang doorklinken, aangezien die verdragen niet op afzienbare termijn ver-wacht lijken te mogen worden. Reden te meer dus om dit onderwerp nader in kaart te brengen. De rechtspraktijk kan immers niet wachten op de ver-drags- of nationale wetgever, maar heeft behoefte aan oplossingen voor concrete problemen.
De IE-wereld heeft de afgelopen jaren het nodige internationaal privaatrech-telijke werk laten liggen. Het proefschrift van Van Eechoud uit 2003 over de ‘Choice of law in copyright and related rights’ kan hopelijk als het begin van een kentering gezien worden. Het artikel van Van der Burg Internatio-naal goederenrechtelijke verwijzingsregels voorde overdracht van merken en octrooien in IER 2006 lijkt die ontwikkeling te bevestigen. Zelfs twee zwaluwen maken nog geen zomer en met dit werk hoop ik een bijdrage aan het intreden van een internationaal privaatrechtelijke lente voor de intellec-tuele eigendom te leveren. Voor verdere ontwikkelingen verwijs ik naar mijn website: www.dickvanengelen.nl.

 

Utrecht, oktober 2006
Dick van Engelen



    terug         Tell-a-Friend

     

     

    Print    




    Ads door IEPT